
Status schip | Toegelaten |
Naam schip | Vamp of Hamble |
VKSJ nummer | V1145 |
Varend erfgoed | Ja |
Type schip | Queen Class 38 |
Ontwerper | Alan Buchanen |
Ontwerp jaar | 1965 |
Bouwer/werf | Tyler Boat Company/Universal Shipyards |
Bouwjaar | 1966 |
Romp vorm | S-spant |
Vorm van de kiel | doorgebouwd |
Maximum diepgang | 1.91 m m. |
Positie van het roer/td> | doorgestoken, opgehangen aan kiel |
Tuigvorm | torensloep |
Lengte over stevens | 11.89 m m. |
Breedte op de huid | 2.90 m m. |
Materiaal romp | kunststof, glasvezelversterkt polyester |
Materiaal zeilen | dacron |
Snit zeilen | recht |
Materiaal opbouw | glasvezelversterkt polyester |
Materiaal mast | aluminium |
Motor | binnenboord diesel |
Schroef type | klapschroef |
Waterverplaatsing | 6900 kg |
Waarvan ballast | 3050 kg |
Kooktoestel | aanwezig |
Vaste_slaapplaatsen | aanwezig |
Thuishaven | Monnickendam |
Geschiedenis |
Heerlijk om een eigenaar tegen te komen die ruime documentatie over zijn schip en de achtergronden daarvan heeft. In VKSJ-kringen zijn we goed bekend met de “Vashti” en haar doorontwikkelde semi-zusterschip “Capella of Kent”; de Queens-class is een polyester doorontwikkeling van dit laatste schip; zeg maar een derde-generatie “Vashti”, zoals Alan Buchanan dit met zijn “kenmerk “Vashti Mk III” ook aangeeft. Volgens opgave zijn er in totaal 12 schepen van deze polyester versie van gebouwd, waarvan de “Vamp of Hamble” de eerste was, welke ook in januari 1966 op de London boat show tentoongesteld was. In het novembernummer van Yachting World is het type uitgebreid besproken, zowel door de ontwerper Alan Buchanan als door de Editor Bernard Hayman, die voorheen ook op een paar ontwerpkantoren had gewerkt o.a. bij Robert Clark. Het bewuste nummer van het blad was overigens geheel gewijd aan de constructie van polyester, en levert ook nu nog interessante informatie op! Fraai is het resultaat van de restauraties: kwamen wij haar eerder tegen op een paar “Dutch Classics” terug als een oude afgeleefde verweerde dame, waarvan je toen constateerde dat ze ooit een schoonheid geweest was; tegenwoordig verkeert ze weer in een voortreffelijke oogverblindend witte “as new” conditie. De boot kwam in een tijdperk op de markt van grote veranderingen in de jachtontwerpen. Al een paar jaar eerder werden wedstrijdjachten steeds rücksichtsloser zeer licht (beneden Lloyds scantlings)gebouwd, zodat de gewichtsbesparing aan de ballast kon worden toegevoegd en er op die manier een ballastpercentage van ca. 50% kon worden gerealiseerd; denk aan Schepen als de “Rocquette” en de “Quiver” van de C&N-tekentafel, en de S&S-ontwerpen “Clarion of Wight” en de “Firebrand”; welke weliswaar nog net “langkielers” waren, maar al met een dergelijk sterk besneden kielprofiel dat ze allen met elkaar gemeen hadden dat ze op een spinnakerkoers makkelijk en spectaculair konden ‘broachen’! Het ‘Queens-class”-ontwerp was bij introductie (ondanks dat het op een ontwerp uit 1956 gebaseerd was) nog niet geheel ‘outclassed’, maar de ontwikkelingen gingen destijds zo snel dat ze in haar eerste Fastenet-race in 1967eigenlijk niet geheel up-to-date kon worden beschouwd. De meeste eigenaren van klassiekers dichten hun boot t.o.v. moderne schepen meer dan sublieme eigenschappen toe; de eigenaar van de ‘Vamp of Hamble’ is daar erg nuchter in; huidige schepen van gelijke lengte zijn in zijn ogen eerder verbazend veel sneller; ook op aan-de-windse koersen. Echter ook hier is niets nieuws onder de zon: ook de relatief ‘lichtgewicht’-knikspanters van ‘van de Stadt’ waren in de veertiger- en vijftiger jaren (bij wat meer wind) verbazend veel sneller dan de conventionelere schepen, maar konden zelden op rating van conventionele schepen winnen. Bovendien doe je een Queens-class te kort als je haar met haar waterlijn van slechts 8 meter vergelijkt met moderne schepen van dezelfde l.o.a. lengte; waarvan de waterlijnen amper korter zijn dan hun l.o.a.; daarbij bovendien steevast een ca. 30% groter zeiloppervlak hebben, en ook nog eens een gehalveerd gewicht! Toegegeven dat de Queens-class bij de mast in het water een stuk grotere eindstabiliteit heeft is dan die van een modern schip, en dat ze ondersteboven liggend in een orkaan op de atlantische oceaan wel even wat makkelijker terug rolt dan een modern schip mag haar dan weliswaar wat zeewaardiger maken, maar tegenwoordig hechten we nu eenmaal meer belang aan het feit dat je in een veertigvoeter toch echt wel met z’n veertienen in comfort moet kunnen slapen en douchen, en het veronderstelde gebrek aan esthetica bij moderne jachten is gewoon een kwestie van wennen, daar moderne vormgeving gewoon een kwestie van een ander soort esthetica blijkt te zijn… Het lijnenplan en overige tekeningen in het novembernummer van Yachting World 1965 van dit ontwerp zijn werkelijk een lust voor het oog; gebalanceerde waterlijnen en diagonalen zijn een aanwijzing dat dit schip toch wel heel gebalanceerd moet zeilen, ze is slank, maar de spantvorm biedt enige vormstabiliteit en een hoog ballastpercentage plus de maximum RORC-diepgang verzekert een goede eindstabiliteit. De boeg vertoont nog een flauwe ronding in het profiel; de achteroverhang is hol in profiel; ze heeft een kleine positieve spiegel die zo typerend is voor RORCschepen uit die tijd. De gangboorden zijn royaal en de opbouw blijft laag; het ‘doghouse’ (met zijn fraai geproportioneerde ruiten) is slechts subtiel hoger dan het lage deel van de opbouw waarvan de drie ruitjes per kant het formaat van klep van een brievenbus hebben… kortom, een vormgeving waar je stil van wordt als je haar in je opneemt….. Uit het voorgaande is duidelijk dat de Vamp of Hamble zich zonder mankeren kwalificeert voor opname in de VKSJ rangen. Haar ontwerpjaar, bouwjaar en hoge mate van authenticiteit rechtvaardigen een indeling in de Classic klasse van de VKSJ. Ze is een toonbeeld van een ontwerp waarbij een goede samenhang is gevonden tussen vormgeving en bedoeld gebruik, zonder geweld te doen aan verhoudingen die wij zo graag zien in een klassiek zeiljacht. De omstandigheid dat de rondhouten van aluminium zijn, doen niet af aan de hoge mate van authenticiteit van dit prachtige schip, ze werd er van het begin af aan mee uitgerust. Naschrift eigenaar: Schip is in 1965 gebouwd en is geënt op de lijnen van de houten Vashti uit 1957 van dezelfde ontwerper. Romp, dek en opbouw zijn door Tyler Boat Co. gebouwd. De casco’s van de Vashti werden afgebouwd door Universal Shipyards Solent Ltd, die ook de verkoop behartigde. Vanwege de polyesterbouw kon het natte oppervlakte met 5% worden verminderd t.o.v. de houten versie. Voorts leverde volgens de ontwerper de polyester bouwwijze een gewichtsbesparing op met tegelijkertijd een verhoging van het ballastpercentage en een verbetering van de aan de windse zeileigenschappen. Het schip is het prototype uit een serie van in totaal 12 gebouwde schepen, waarvan er 5 in Engeland en 1 in Nederland varen. De overigen zijn niet te traceren. Het schip werd in januari 1966 gepresenteerd op de Boat Show in Londen. Als prototype is er in het beginjaar nogal gesleuteld aan de ballast. Het bleek noodzakelijk om ca. 300 kg loodballast in de watertank toe te voegen, hetgeen de totale ballast op 3,3 ton bracht. Bij de invoering van de IOR is op verzoek van één der eigenaars het RORC-zeilplan door Buchanan aangepast, hetgeen een veel kleiner grootzeil en een grotere genua opleverde. De giek is daartoe met bijna een meter ingekort. In de 60-jaren zijn de nodige wedstrijden gevaren met een eerste plaats in de Cowes Cherbourg Cup, de Michael Brady Challenge Cup, de Lloyds Race en The Stock Exchange Trophy. Een wellicht aansprekender resultaat was de 4e plaats in de Fastnet Race van 1967. Welke waarden je aan deze resultaten moet toekennen is om het even. Het waren amateurbemanningen op voor die tijd wedstrijdschepen, die niet altijd professioneel opereerden. Dat er enkele aansprekende resultaten werden geboekt pleit voor het ontwerp. Niettemin was het ontwerp in het bouwjaar al verouderd met een relatief groot nat oppervlak, weinig breedte en daardoor een wat tegenvallende accomodatie onderdeks. Dit verklaart wellicht de teleurstellende productie van slechts 12 schepen. Het gaat echter ook om zeileigenschappen, zeegedrag en uiterlijk, die bij dit schip zeer aanspreken. Voor Beken uit Cowes waren dit redenen om een spectaculaire foto uit 1966 van dit schip onder spinnaker en -stagzeil op te nemen in zijn jubileumboek A Hundred Years of Sail uit 1996. In zijn commentaar wees Beken op de grote koersvastheid van het schip in forse windvlagen. |
Rating | 0.95 |
Rating spi | 1.00 |
Snit voordriehoek | recht |
Voordriehoek materiaal | dacron |
Spinnaker | van top |
Grootzeil voorlijk | 11 m |
Grootzeil onderlijk | |
Grootzeil achterlijk | 12.2 m |
Grootzeil snit | recht |
Grootzeil materiaal | dacron |
Grootzeil doorgelat | nee |
Doorgelat grootzeil uitgebouwd | nee |