
Status schip | Toegelaten |
Naam schip | Drie.Mer |
VKSJ nummer | V1138 |
Varend erfgoed | Ja |
Varend monument | Ja |
Type schip | Laurin Koster 32 ft. |
Ontwerper | Arvid Laurin |
Bouwer/werf | Malmo Flyindustri |
Bouwjaar | 1965 |
Romp vorm | S-spant |
Vorm van de kiel | doorgebouwd |
Maximum diepgang | 1.65 m m. |
Vorm van de achtersteven | spitsgat |
Positie van het roer/td> | opgehangen aan achtersteven en kiel |
Tuigvorm | torensloep |
Lengte over stevens | 9.81 m m. |
Breedte op de huid | 2.88 m m. |
Materiaal romp | kunststof, polyester |
Materiaal zeilen | dacron |
Snit zeilen | recht |
Materiaal opbouw | polyester |
Materiaal mast | aluminium |
Motor | binnenboord diesel |
Schroef type | vaste schroef |
Waterverplaatsing | 5000 kg |
Waarvan ballast | 2200 kg |
Ballastmateriaal | lood |
Kooktoestel | aanwezig |
Vaste_slaapplaatsen | drie vast, twee flexibel |
Thuishaven | Lelystad |
Geschiedenis | De Drie.mer is de tweede Scandinavische spitsgatter die recent bij de VKSJ is aangemeld. De hiervoor genoemde Aquarius (Lynaes 29) is van Deense komaf. De Drie.mer is een Koster van de tekentafel van Arvid Laurin, één van de Zweedse topontwerpers. Laurin was naast enthousiast zeiler en wedstrijdzeiler ook een begaafd ontwerper, die eigenlijk een van de weinigen was die tegengas gaf aan de almaar verdergaande ontwikkeling naar lichter en sneller van de schepen die werden gebouwd onder de IOR meetregels. Met name de rampzalig verlopen Fastnetrace van 1979 maakte hem duidelijk dat er een verkeerd pad was ingeslagen met de scheepsontwerpen voor de off shore racerij. De deelnemers op de schepen werden overvallen door een extreem zware storm met huizenhoge golven. Zij kwamen daarmee onvoorzien terecht in een horrorscenario op schepen die helemaal niet geschikt bleken in deze omstandigheden te varen. De meeste slachtoffers zijn gevallen door de hoge en vooral brekende golven die de verongelukte schepen gewoon omver wierpen. Hierbij kan verwezen worden naar een exposé van prof. Ir. J. Gerritsma van de TU Delft, zoals is afgedrukt in de Waterkampioen nummer 13, jaargang 1986. Niet iedereen zal dit nummer van de Waterkampioen in zijn boekenkast hebben, maar wanneer men ‘Rampzalige Fastnetrace’ googelt, komt het vrijwel direct op het scherm. In Nederland is door Van de Stadt ook specifiek stelling genomen tegen de verkeerde en met name onveilige ontwikkeling in de zeewedstrijdzeilerij. De ontwerpen van Van de Stadt bewijzen dat. Niet extreem en vooral ook gekenmerkt door evenwichtig gedrag op zee, ook onder moeilijke omstandigheden. De ontwerpen van Arvid Laurin zijn wat dat betreft ook prima herkenbaar. Zeker de Kosterontwerpen: spitsgatters met lange doorgebouwde kiel met elegant aangehangen roer, dat zich onder de kont van het schip naar de hak van de kiel kromt. Belangrijkste in het oog springend kenmerk is het zogenaamde ‘waldek’, dat sterk gekromd over gaat in het vrijboord van de romp. De combinatie met de kleine opbouw is ook kenmerkend. Het volume van de romp is groot genoeg, daar hoeft niet veel opbouw meer op! De Drie.mer heeft heel wat reizen over verschillende zeeën gemaakt. Het schip kan dat goed aan. Ze zal zeker een prettig zeegedrag tonen en over alle assen uitgewogen zijn. Vooral zal ze haar bemanning nooit verrassen door aan de wind plots uit het roer te lopen of met achterlijke wind te gaan slingeren.. In dit kader komt de vraag op, waarom het roerblad zo afwijkt van het oorspronkelijk ontwerp, waarop overigens ook geen boegspriet van ca. 1 meter wordt getoond. Het een kan samenhangen met het ander. Mogelijk helpt het grote roerblad bij het hanteren van de boot in nauwe havens en geeft de boegspriet de ruimte om het zeilpunt wat naar voren te brengen en het anker veilig te bergen. Uit de info over Laurin die ruim voorhanden is op internet, blijkt dat de Casella ll, een in hout gebouwde Koster van de hand van Laurin, de plug is geweest voor de productie van de polyester Kosters 32 bij Malmö Flyindustri. De Casella ll is in Zweden een bekend schip. Zij nam deel aan een van de Trans Atlantic Races. De Drie.mer is een bijzonder schip met een opvallende pedigree. Van een vermaarde Zweedse ontwerper, die heel goede schepen tekende, op basis van een heel eigen ontwerpfilosofie. Hij tekende overigens ook scherenkruisers. Deze waren minder extreem dan die van Estlander en Holm, maar hun schippers gingen toch vaak met de prijzen naar huis. Deze Laurin Koster 32 is begin jaren ’60 ontworpen door de in Zweden beroemde ontwerper Arvid Laurin. Het ontwerp staat in de traditie van wat in Zweden sinds de jaren ’30 de universele ‘Koster regels’ worden genoemd. Koster is de naam van de archipel pal ten westen van het stadje Stromstad aan de Zweedse westkust. De regels bevatten een aantal eisen: o.a. spitsgat, een zeer sterke constructie, een lange kiel met staal als ballast, een mast die niet langer mag zijn dan 3 maal de lengte van de giek en voorschriften over de maximale zeilvoering. In die traditie zijn verschillende moderne ‘Koster boten’ in verschillende lengtes gebouwd. Eerst in hout en sinds 1958 werd geëxperimenteerd met polyester. Voorbeelden zijn de Laurin boten (26 – 38 ft), de Vagabond 31, de Allegro (27 – 33 ft) en de Storfidra (25 ft). Arvid Lauren heeft overigens een eigen interpretatie gegeven aan deze ‘Koster regels’ door te breken met de eis om staal als ballast te gebruiken. Hij besloot lood te gaan gebruiken. Wel tekende hij een zogenoemd walvisdek, dat ook al bij de houten Kosters voorkwam. In 1964 werd de eerste polyester Laurin Koster 32 gebouwd en tot 1988 zijn hiervan in totaal 235 schepen gebouwd. Er bestaat een uitgebreid register met daarin vroegere en huidige eigenaren. De Drie.mer is nummer 78 en werd in 1965 gebouwd door de Malmo Flygindustri, een toentertijd gerenommeerde bouwer van kleine vliegtuigjes. Het schip is in opdracht van een Noorse koper gebouwd heeft aan de Noorse zuidkust tot 1971 gezeild. In dat jaar emigreerde de boot naar Duitsland. Thuishaven werd Kiel waarmee het vaargebied de Oostzee werd. Vanaf 1990 is het schip in Nederlandse handen. Arie Boom, toenmalig havenmeester in Harlingen, was de eerste Nederlandse eigenaar en heeft haar in 2002 volledig opnieuw opgeknapt voor een geplande oceaanreis. Zo werd het staand want vervangen en een Aries Windvane aangebouwd. Die reis moest worden afgebroken in de ‘Carieb’ vanwege een ernstige ziekte. Vanuit St. Maarten is het jacht op transport terug naar Nederland gezet. In 2004 is het gekocht door een jong stel dat ruim 3 jaar op de boot heeft gewoond – ze bezeilden in die jaren de Noordzee, Oostzee en Middellandse Zee. In 2009 kwam er gezinsuitbreiding, werd een ruimer schip aangeschaft en kocht de huidige eigenaar de boot. De zeileigenschappen zijn typisch voor een S-spant langkieler. Snel op één oor, geweldig koersvast op groot water. En – niet ongebruikelijk in die eerste jaren van polyester – robuust en ijzersterk gebouwd en daarmee ontzettend zeewaardig.
|
Rating | 1.018 |
Rating spi | 1.069 |
Lengte boegspriet | 0.45 m |
Snit voordriehoek | recht |
Voordriehoek materiaal | dacron |
Spinnaker | van top |
Grootzeil voorlijk | 9.37 m |
Grootzeil onderlijk |