
Status schip | Toegelaten |
Naam schip | Seagull |
VKSJ nummer | V1123 |
Varend erfgoed | Ja |
Bouwwijze | gelast |
Ontwerp jaar | 1951 |
Bouwer/werf | V.d.Molen of Kraaijer, Zaandam |
Bouwjaar | 1951 |
Romp vorm | S.spant |
Vorm van de kiel | lange kiel |
Minumum diepgang | 1.70 m m. |
Maximum diepgang | 1.70 m m. |
Vorm van de achtersteven | oorspronkelijk platgat, in 1967b verlengd tot jachthek |
Positie van het roer/td> | opgehangen aan kiel |
Tuigvorm | sloep |
Lengte over stevens | 10.85 m m. |
Breedte op de huid | 3.40 m m. |
Materiaal romp | staal |
Materiaal opbouw | staal |
Materiaal mast | aluminium |
Motor | binnenboord diesel |
Schroef type | 3 blads |
Waterverplaatsing | vóór 1967 7400 kg, na 1967 9000 kg |
Kooktoestel | Aanwezig |
Geschiedenis | De Seagull is in 1951 als Lucipara van de helling gekomen. Zij was toen een platgat zeekruiser met een elegante belijning, een mooie zeeg passend bij boeg en kont en een erboven liggende opbouw die naast/voor een ruim hondenhok een mooie smalle vorm had waardoor de zijdekken mooi beloopbaar waren. De Lucepari was een elegant en kloek schip, met een prachtig mooi hoog torentuig, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Het fractionele tuig leverde hanteerbare voorzeilen op en mocht het voor het grootzeil (dat ook echt groot was) even te hard waaien, dan had de oplettende schipper wel tijdig een paar vierkante meter weggereefd. In deze configuratie is met de Lucipara een lange oceaanreis gemaakt vanaf de Canarische eilanden naar Curacao, waarvan het doel van de reis en het verslag zijn bijgevoegd bij deze rapportage. Opvallend is dat de bemanning deze reis met de Lucipara zonder enig probleem heeft kunnen voltooien. Metamorfose De Lucepari heeft in de 15 jaren daaropvolgend een belangwekkende metamorfose ondergaan. Het prachtige schip is daar niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen. De platgat spiegel en het aangehangen roer zijn ingeruild voor een verlengd achterschip, waardoor een kleine spiegel ontstond en een doorgestoken roer. De latere eigenaar die De Vries Lentsch opdracht gaf het ontwerp voor deze aanpassing te maken, plaatste deze in feite voor een onmogelijke opdracht die niet kon worden uitgevoerd zonder afbreuk aan de vorm van het jacht te doen – De Vries Lentsch zal er zeker gemengde gevoelens over gehad hebben. Want wat is het geval, de zeeglijn is – als het goed is – in verhouding met boeg en hek, lengte en vrijboordhoogte. Bij een platgat is de zeeg het diepst, vrij ver achter 55% waterlijnlengte van voor af gezien. Bij de Lucipara was dat ongeveer halverwege het hondenhok. Dat betekent dat de zeeglijn in zo’n ontwerp vrij snel stijgt naar de platgatspiegel. Voor de gevraagde aanpassing had de ontwerper geen andere mogelijkheid dan het louter verlengen van het achterschip in lijn met de bestaande lijnen. Maar dat leidde tot een opvallend wippend kontje dat niet goed past bij het schip dat ervoor zit – de zeeg wordt te diep. Zeilplan ingekort Jammer genoeg is er nog meer gesleuteld aan het oorspronkelijke ontwerp: met name het mooie elegante fractionele tuig heeft het daarbij moeten ontgelden. De mast werd ingekort, er werd een masttoptuigage van gemaakt, zoals dat in de jaren ‘60 in zwang kwam. Daarmee verloor dit mooie schip nog meer aan frisse elegantie. De bakstagen die kennelijk als last werden ervaren konden na het inkorten van het tuig worden vergeten, maar ook de boomfok kon niet terugkomen in verband met de voorste onderwanten. Wat is gewonnen aan gemak i.v.m. het verdwijnen van de bakstagen, is meteen weer geofferd aan de bediening van het voorzeil. Dat kost meer energie dan het aanzetten en lossen van de highfield lever voor de bakstagen, bij elke wending. Verlengingsmogelijkheden Over het verlengen van schepen zijn wel wat opmerkingen te maken: skutsjes worden vaak doorgezaagd op het breedste van het schip waarna een segment tussen gelast wordt. In sommige gevallen wordt de boeg wat omhoog geknikt! Wat er ten behoeve van een lagere rating allemaal niet wordt geprutst! Dat noemt men dan optimalisatie! Een andere manier van verlenging is het vergroten van de onderlinge spantafstand, maar dat kan alleen op tekening. De Dirkje van VKSJ-lid Govert Munter, een mooi ontwerp van Jonas Kwaak, is door de vader van Govert zo aangepast. Dit is een zeer geslaagd platgat schip geworden, met prachtige lijnen. Eigenlijk zou ze wat meer lood in de kiel kunnen gebruiken. Dirkje is al snel aan een eerste rif toe! Het aanplakken van een extra stukje aan de kont is eigenlijk nooit erg zinvol. Het is een dure aanpassing die weinig oplevert, anders dan wat extra liggeld, een klein opbergvak achter het roer voor lijnen en putsen en roest-gevaarlijke laspunten aan de achterzijde van de romp. Beeld van tot wasdom komende watersport Ondanks de aanpassingen is de Seagull een schip gebleven dat een heel dynamisch relaas vertelt van de ontwikkeling van de mode in kajuitjachtenland in de jaren ‘50 en ‘60. Uiteindelijk zijn dat de jaren waarin dit segment van de watersport tot wasdom kwam. Dit waren ook de jaren waarin de klant koning werd, met alle gevolgen van dien en zelfs De Vries Lentsch te vinden was voor een aanpassing van een heel goed eerder ontwerp van zijn hand. De Seagull is een interessant voorbeeld van de dynamiek van de tijd en de mode in bootjesland. De achter dit verhaal liggende tekeningen zijn van bijzondere kwaliteit. Zij zijn bijgevoegd bij dit verslag, evenals het verslag van de oceaanreis van de Lucipara alsmede het verslag van het tijdens die reis gedane onderzoek naar omzetting van zeewater naar drinkwater, waarvoor men een proefinstallatie aan boord had. |
Rating | 0.998 |
Rating spi | 1.022 |
Snit voordriehoek | recht |
Voordriehoek materiaal | dacron |
Spinnaker | Aanwezig |
Grootzeil voorlijk | 10.60 m |
Grootzeil achterlijk | 11.45 m |
Grootzeil snit | recht |
Grootzeil materiaal | dacron |
Grootzeil doorgelat | nee |