
Status schip | Toegelaten |
Naam schip | Zoutrif |
VKSJ nummer | V1094 |
Type schip | Scyth |
Bouwwijze | overnaads |
Ontwerper | G Kroes |
Ontwerp jaar | 1950 |
Bouwer/werf | GA Kroes |
Bouwjaar | 1999 |
Romp vorm | s-spant |
Maximum diepgang | 1.50 m. |
Breedte op de huid | 2.50m m. |
Toelatingsrapport | Download Zoutrif |
Materiaal romp | hout |
Materiaal opbouw | hout |
Motor | binnenboord diesel |
Waterverplaatsing | 4400 |
Waarvan ballast | 1670.00 |
Ballastmateriaal | gietijzer |
Kooktoestel | 1 |
Thuishaven | Kampen |
Geschiedenis | Eens in de zoveel tijd wordt een Kroes boot aangemeld! Dat is dan de gelegenheid de schijnwerper weer eens te zetten op de werken van Gait Kroes en zijn Werf. De liefhebber is natuurlijk in het bezit van het jubileumboek m.b.t. deze werf, waarin ruimschoots uit de doeken wordt gedaan hoe het allemaal is gekomen. Dat hoeft hier niet herhaald te worden. Die geschiedenis ligt dus vast op schrift en in hout in de vorm van mooie overnaadse schepen. Het oeuvre van Kroes is in eerste instantie mede gevormd door de invloed van zijn leermeester Thiebout, ook ontwerper en scheepsbouwer/werfeigenaar. De oudste Kroesboot De Annie/Fergus was overigens een Thiebout ontwerp, maar dat terzijde. In de oorlog tekende Kroes zijn Jupiter, waarmee hij later veel succe had op de wedstrijdbanen. Van de helling kwamen schepen als de Boemerang, de Volksboot, de Rivierklasse, de Scyth en tot slot ook de Noordvaarder, met zijn 10,5m lengte de grootste. Kroes tekende en bouwde ook grotere kitslachten als de Compaen en de God & Godin. Zeer comfortabele schepen die toch ook goed presteren. Deze schepen hebben meer gemeen dan alleen hun overnaadse bouwwijze: het zijn allemaal schoonheden. Blank of gekleurd. Een zusterschip van de Zoutrif, de Blauwe Reiger is in 2013 beschreven in een uitgebreid toelatingsrapport. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen (zie lijst van rapporten op de website.) De (her)aanmeldeing van de Zoutrif betekent dat de laatst gebouwde Scyth die van de helling van Kroes is gegleden, weer lidschip wordt van de VKSJ. Er is een 10 tal Skyth’s gebouwd sinds het schip door Gait Kroes werd ontworpen in 1951. Elke Kroesboot is tailormade naar de wensen van de opdrachtgever. Wie betaalt bepaalt. Er zijn evenwel 3 hoofdvarianten ontstaan, waarbij de variatie in wezen beperkt is tot de opbouw. Kort tot de mast, met of zonder hondenhok en een variant met een apart opbouwtje voor de mast. (Isolde). De Zoutrif is voorzien van de kleine opbouw, zonder hondenhok. Dat bekomt haar zouden de Belgen zeggen. De Skyth is standaard uitgerust met een 7/8 tuigage (zie website Kroes) maar veel klanten verkiezen de top tuigage, de Skyth Isolde is gedurende een paar jaar als origineel uitgerust geweest met een vergroot grootzeil, aan een 7/8 tuigage. Dat maakte deze Scyth levendiger. Deze laatste tuigvorm is ook toegepast op de Noordvaarder de een na laatste nieuwbouw van de werf. De laatste jaren beperkte men zich tot reparatie en onderhoud en winterstalling van deze overnaadse schoonheden. De verantwoordelijkheid voor de nieuwbouw activiteiten lag de laatste jaren bij Nico Bakker. Hij bracht werkelijk uitzonderlijke kwaliteit. Kenners vinden dat door Nico Bakker het beste werd gebouwd. De spreekwoordelijk Kroes kwaliteit werd daar door nog een trapje hoger gebracht. De rompen van Kroesboten werden gebouwd op de kiel, waarop tijdelijke bouwmallen werden gesteld. Nadat de sponningen in de backbone waren gestoken/geschaafd konden de huidgangen worden geplaatst, waarbij vaak moest worden gestoomd en/of gebrand om de juiste buiging aan te brengen. Dat vereist een ongelofelijk vakmanschap om te komen tot een waterdichte passing. Elke gang moet niet alleen qua omtrek passen, maar ook moeten de “landen”waar de hogere gang op gaat aansluiten in de juiste hoek geschaafd worden, zodat een naad ontstaat die door koperen klinknagels (2 stuks tussen elk spantenpaar en één ter plekke van de spant, die spant en 2 gangen verbindt) dicht gehouden kan worden. Aan de boeg en aan de spiegel moeten de gangen daarenboven ook nog geleidelijk in elkaar verzinken, om nog maar niet de spreken over die plaatsen waar de gangen naar buiten buigen in de overgang van kiel naar romp. Daar kunnen de “landen” niet worden geschaafd aan de reeds geplaatste gang, maar moet dit geschieden aan de onderzijde van de te plaatsen gang. Tenslotte is het van belang dat de houtnerf niet te steil uit de gang loopt bij de einden en de op elkaar geklonken gangen ter plekke van de klinknagel nog voldoende vlees hebben, zodat de gang niet barst.. De gangen in overnaadse bouw zijn doorgaans een slag dunner dan bij karveel gebouwde schepen. Overnaadse schepen zijn daarom, ondanks de dubbelingen in de huid niet zwaarder dan karveel gebouwde schepen. Overnaadse schepen kunnen ook voorzien zijn van gegalvaniseerde hoekstalen spanten (elke 3e spant) dan worden er geen tijdelijke bouwspanten gebruikt. We spreken in dat geval ook van composietbouw. De romp van een Kroesboot is op zich al een plaatje, een museumstuk bijna. Zonde haast om er een dek op te leggen! (zie foto’s op Kroessite!). Als dan vervolgens de eiken spanten zijn ingebogen en vastgeklonken is het plaatje compleet en zijn naast de lange lijnen van de gangen ook de spantvormen prachtig zichtbaar. Opvallend in de Kroesontwerpen is de brede kielplank (in Duitsland Kielschwein genoemd), waaraan de ophanging van het ballastgewicht met 2 aan 2 geplaatste kielbouten geschiedt. Bij een overnaads gebouwde romp zijn wanneer de bouwspanten zijn uitgenomen en de ingebogen spanten nog niet zijn geplaatst, alle lijnen prachtig te zien. De naden zijn dicht omdat de overlappende gangen bijeengehouden worden door de klinknagels.. Dat is heel anders bij een karveel gebouwd schip, dat met gebreeuwde naden is uitgerust, daar heeft de breeuwer het laatste woord, met het water dat het hout voldoende moet uitzetten, zodat de naden onder spanning komen en dicht worden. Daarom is de naad bij een karveel gebouwd schip dat gebreeuwd wordt, altijd taps tot halverwege de gangdikte. N.B. een overnaads gebouwd schip kan dus niet gebreeuwd worden. Is het schip echter karveel gebouwd op de Zweedse wijze, dan mag de breeuwer thuis blijven. Hoogstens in de naad tussen zandstrook en kielbalk, kan op den duur breeuwen nodig zijn. Dat geldt voor overnaadse zowel als karveel gebouwde schepen. De zandstrook valt in een ruime sponning van de kielbalk en wordt met stevige houtschroeven bevestigd daaraan. In het uiterste geval moeten de bevestigingsschroeven van de zandstrook in de kielbalk worden vervangen door schroeven van een iets steviger maat. (refastening in het scheepsengels). Er wordt niet meer veel overnaads of karveel gebouwd in Nederland. Het is te arbeidsintensief en ook te duur. Dat betekent dat het benodigde vakmanschap langzaam verdwijnt. De tijd komt dat het vervangen van een gang in de S van een s-spant schip een kunde is die je met een kaarsje moet zoeken. Op den duur zal daaraan een echt tekort kunnen ontstaan. Gelukkig is dat voor de Zoutrif, de laatste nieuwbouw van Jachtwerf Kroes te Kampen,nog heel erg ver weg. Ze is nog jong en er zijn nog scheepsbouwers die dit vak verstaan. De Zoutrif is een prachtige representant van de Nederlandse jachtbouwgeschiedenis die door loopt tot en met vandaag. Het ontwerp uit 1951 en het bouwjaar 2010 definiëren haar in principe tot een replica volgens de oude criteria van de VKSJ. Maar op dit moment kijken we anders: Wij stellen ons de vraag of het schip in deze vorm in 1970 gevaren zou kunnen hebben. Het antwoord daarop is volmondig ja. Naschrift eigenaar: Het schip is gebouwd in 2010 (=tewaterlating) in opdracht van Bernard van Liemt. Ik heb het in september van 2017 van hem gekocht. Het is het laatste schip gebouwd door Kroes Bootbouwers (nr 163). |