
Status schip | Toegelaten |
Naam schip | Prima Nonna |
VKSJ nummer | V1089 |
Varend erfgoed | Ja |
Type schip | Zeilboot |
Bouwwijze | gelast |
Ontwerper | Th. Gillissen |
Ontwerp jaar | 1957 |
Bouwer/werf | Jachtbouw W.H. v.d. Est te Haarlem |
Bouwjaar | 1964 |
Romp vorm | s-spant |
Maximum diepgang | 1.25 m. |
Breedte op de huid | 2.50m m. |
Toelatingsrapport | Download Prima Nonna |
Materiaal romp | staal |
Materiaal opbouw | staal |
Motor | binnenboord benzine |
Waterverplaatsing | 3400 |
Waarvan ballast | 1400.00 |
Ballastmateriaal | beton |
Kooktoestel | 1 |
Thuishaven | Zaandam |
Geschiedenis | Wij beginnen met een algemene schets van de ontwikkelingen in de jachtbouw in Nederland in de 50er en 60er jaren. De stalen S-spant/rondspant had zijn grootste succes kort na de oorlog tot ca. de zeventiger jaren. Het waren kostbare schepen. De bouw is immers erg arbeidsintensief. De spanten waren van hoeklijn en later van plat staal gemaakt. Ze werden met de hand geklopt en gecontroleerd op een spantenvloer (schaal 1:1). Daarna opgesteld en uitgestrookt en vervolgens werden de huidplaten aangebracht. In de begin jaren werden de huidplaten met de hand op zand in de juiste vorm geklopt en daarna met elektrode aan beide zijden – dus elektrisch – gelast. Aan de buitenkant werden de lassen afgewerkt door middel van hakken met een platte beitel of slechte amaril slijpsteen machines. De bewerkelijke stalen S-spanten waren kostbaar, waardoor ze alleen weggelegd waren voor de beter gesitueerden. Later ontwikkelden de bouwers dan ook de stalen knikspant. Deze waren veelal minder elegant maar ook goedkoper, waardoor ze aantrekkelijk waren voor toch een grote groep watersporters. Betere lastechniek Naderhand werd de lastechniek sterk verbeterd, er kwamen profiel en plaat walsen en ook de arbeidsomstandigheden werden verbeterd. De Nederlandse jachtbouw kwam daarmee tot grote prestaties, wat ook in het buitenland de aandacht trok. De bekende Engelse jachtontwerper Alan Buchanan kwam naar Nederland met zijn ontwerp ‘Brabant’ klasse. Hij contracteerde een groot aantal werven om zijn ontwerp in staal te bouwen. De Koninklijke Beijnes fabriek in Beverwijk was een van die werven. Rond 1970 kwamen de polyester schepen meer en meer in opkomst. Het succes hiervan was overweldigend en niet meer te stoppen, de staalbouw verdween (bijna), maar daarmee verdwenen ook de vakmensen. De oorzaak daarvoor was gelegen in het feit dat een groot aantal heel goede ontwerpers die reuzenstap maakten. Sinds de 50-er jaren was een nieuw en gedroomd bouwmateriaal ter beschikking gekomen. Pioniers aan de bouw en ontwerp kant waren Van Der Stadt (Stern, Pionier, Randmeer), Van Hoevell (Oranje Bloesem), Rhodes, Tripp (Tripp Lentsch), Draaijer en vele anderen. Theodoor Gillissen Theodoor Gillessen, geboren 31-10-1921 te Haarlem, bouwde in zijn jeugd met zijn vader al verschillende kleine bootjes. Later zette zich dat voort in het ontwerpen van scheepjes voor vrienden en nam hij ook deel aan ontwerpwedstrijden. Nadat hij o.a. op de tekenkamer bij de Merwede had gewerkt, waar hij delen van zeeschepen tekende, begon hij in 1961 in Vleuten als zelfstandig jachtarchitect. Het aantal zeiljachten van de hand van Theo Gillessen is beperkt, hij ontwierp meer vletten, kotters en rondspant motorschepen. Zijn zoon Matthijs Gillessen heeft een Gillessen zeilboot gehad met de naam: Anti-Vries. De Koninklijke Beijnes Fabrieken van Rijtuigen en Spoorwagons J.J Beijnes was gevestigd te Haarlem en opgericht in 1838. In 1950 werd de fabriek verplaatst naar een nieuw gebouwde fabriek te Beverwijk. In het begin leek het daar goed te gaan maar de productie van treinen, trams en autobussen hield op en er werd naarstig naar ander werk gezocht. Men ging over op het assembleren van Volvo personen auto’s, de bekende Katterug en Amazon. Daarna werd overgegaan op zeilboten, de ‘Brabant’ klasse van Buchanan ,en de bekende motorboot de ‘Waterland kruiser’ in opdracht van fa. Joosten uit Amsterdam en ook nog enkele boten van Theo Gillissen. In 1963 sloot Beijnes ook hier zijn deuren. Toen in 1950 Beijnes Haarlem haar deuren sloot, werkte daar Willem van Est, lasser van beroep, die na de werfsluiting koos voor een eigen bedrijfje in de jachtbouw, samen met Toon Verdonk, destijds plaatwerker bij de Scheepswerf Stapel te Spaarndam. Ze kwamen terecht bij de boerderij met werfschuur ernaast van boer Gijs Warmerdam aan de Lagedijk te Penningsveer. Daar was een klein haventje bij. Van de oude werfschuur gingen de casco’s per lorrie over het smalspoor de dijk over naar de sloot met het haventje dat in verbinding stond met de Mooie Nel. Willem van Est heeft in zijn allereerste begin stalen kano’s gemaakt voor de verhuur. Dat was geen succes, er was slecht mee te kanoën. Zijn eerste opdracht was een kleine motorboot, de tweede opdracht was een zeilboot namelijk de ‘Dirkje’, een schip van negen meter lengte. De huidplaten van de Dirkje zijn met de hand op zand geklopt en elektrisch gelast. De bouw van de Dirkje was een geweldig oefen object voor de bouwers. De ontwerp oplossingen die door de opdrachtgever van de Dirkje, de oude heer Munter, werden aangegeven en ook door de werf zijn uitgevoerd maakten dat de kwaliteit van de Dirkje bovenmatig waren. De navolgende schepen hebben hiervan ook zeker geprofiteerd. Bij de VKSJ zijn nu drie zeilboten bekend van deze werf aan de Lagedijk te Penningsveer: Dirkje, bouwjaar 1951-1952, 8.85 x 2.35 x1.50, ontwerp Jonas Kwaak/Munter, Carolina Porzana, bouwjaar 1955, 8.48 x 2.67 x 1.15 ontwerp Baron van Hoevell en Prima Nonna, bouwjaar 1964, 7.50 x 2.50 x (1.20) ontwerp Th. Gillissen. Jachtbouw Willem van Est Jachtbouw Willem van Est te Penningsveer was een echte cascobouwer. Er zijn vele stalen casco’s gebouwd, hoofdzakelijk motorboten – zelfs in series – van bekende ontwerpers als Th Gillessen. De werf is waarschijnlijk in de zeventiger jaren gestopt. De boerderij/werf van familie Gijs Warmerdam is gesloopt. Als laatste getuigen van de werf ligt er nog een betonplaat met een stukje smalspoor erin gegoten t.b.v. het te water laten van de casco’s. Ook zijn er nog enkele kleine bunkertjes. De Prima Nonna ziet er goed en verzorgd uit. Zoon Matthijs Gillessen heeft op zo,n zelfde type boot nieuwe zeilen gezet. Hij meldde in 2006: ‘Het is een rustig en stabiel scheepje met een gewicht van 2,8 ton. Zij haalt onder gunstige omstandigheden op De Kaag een snelheid van 6 knoop.’ De Prima Nonna is een goed voorbeeld van een kajuitzeilboot in uit de jaren ‘60 die met elkaar in belangrijke mate het aanzien van de zeilsport in Nederland bepaalden. |