| Status schip | Toegelaten |
| Naam schip | Walta |
| VKSJ nummer | V0775 |
| Varend monument | Ja |
| Type schip | 45 m2 |
| Bouwwijze | karveel |
| Ontwerper | Abeking & Rasmussen |
| Bouwer/werf | Abeking & Rasmussen |
| Bouwjaar | 1920 |
| Romp vorm | s-spant |
| Vorm van de kiel | Doorgebouwd (S-Spant) |
| Maximum diepgang | 1.70 m. |
| Vorm van de achtersteven | jachthek |
| Positie van het roer/td> | doorgestoken, opgehangen aan kiel |
| Lengte over stevens | 10.50 m. |
| Breedte op de huid | 2.20 m. |
| Materiaal romp | Anders, hout |
| Motor | benzine buitenboordmotor |
| Waterverplaatsing | 3000 |
| Waarvan ballast | 1000 |
| Ballastmateriaal | lood |
| Thuishaven | Heeg |
| Geschiedenis | In 1998 werd het 45 m2 jacht genaamd “Walta” te water gelaten. Na een restauratieve periode van ruim 13 jaar was dit een heuglijk feit. De uitnodiging voor de genodigden zag er toen als volgt uit: ‘Dertien en een half jaar geleden op een mooie zondagmiddag zagen we haar liggen. Verkommerd en aan haar lot overgelaten. Het duurde ongeveer 5 minuten voor we besloten haar van de wisse ondergang te redden. Alle spaarcentjes bij elkaar geschraapt en 4 jonge kerels waren in het bezit van een heus klassiek jacht. Zouden we haar cosmetisch bijwerken of daadwerkelijk renoveren? Na ampele overwegingen besloten we voor het laatste. Het valt niet in woorden uit te leggen hoe het mogelijk is dat 4 vrienden bijna 14 jaar lang tijd en geld hebben gespendeerd aan een 70 jaar oud jacht waarmee je niet op zee kunt varen, niet in kan slapen, moeizaam kunt toeren, geen kopje koffie in kunt zetten, met maximaal 3 personen kunt varen en onderhoudsonvriendelijk is. Dat valt niet uit te leggen dat moet je zien!’ De Walta is op 28 maart 1998 te water gelaten. We hebben nog steeds niet genoeg van haar. Met de genoemde nadelen blijkt goed te leven . Het zeilgenot van de Walta compenseert namelijk alles! Ziehier het verhaal. De Walta is in 1921 gebouwd bij Yachtwerft Abeking en Rasmussen in Lemwerder bij Bremen, Duitsland met bouwnummer 1373. De opdrachtgever was de heer Pieter Bon uit Amsterdam. De 45 m2 of U-klasse was in die tijd een nationale wedstrijdklasse van het toenmalige KVNWV. De 45 m2 klasse komt oorspronkelijk uit Duitsland (P-klasse) en is samen met de 75 m2 of T-klasse in 1918 als nationale wedstrijdklasse ingevoerd. In totaal zijn er 16 jachten conform de strikte klassevoorschriften toegelaten. De 45 m2 jachten zijn zowel in Nederland als in Duitsland gebouwd. In Nederland bijvoorbeeld bij de Haarlemse Jachtwerf, in Duitsland bij Abeking en Rasmussen, Gebhardt, Naglo Werft, Engelbrechts, von Hacht, Neptun Werft, etc. De meeste wedstrijden in deze klassen werden gevaren op de Kaag, de Zaan en het Alkmaarder meer. De klasse is in Nederland niet lang actief geweest. Na de tweede wereldoorlog zijn wij de 45 m2 niet meer in de uitslagenlijsten tegengekomen. In Duitsland daarentegen is de klasse nog steeds actief en dan met name op de zuid Duitse meren. Hier worden ook nog nieuwe 45m2 jachten gebouwd zij het niet meer met een S-Spant en karveel gebouwd maar een rondspantvorm met vinkiel en doorgestoken roer in gevormd plakhout. Abeking en Rasmussen heeft tussen 1913 en 1927 ongeveer 20 45 m2 jachten gebouwd. In deze 20 schepen is een duidelijke evolutie herkenbaar, zowel in rompvorm (lijnen), lay-out en de tuigage. Met name de tuigage van modernere 45 m2 jachten wijkt duidelijk af van de eerste 45 m2 jachten. De eerste jachten werden bijna zonder uitzondering voorzien van een laag breed gaffeltuig. In de loop der tij was er duidelijk een trend naar een torentuig met gebogen mast. Bij deze torentuigen ziet men dat het aangrijpingspunt van de fok in de loop der tijd omhoog is gegaan. Bij de Walta was en is het aangrijpingspunt op ca. 65 %. Bij latere schepen is dit aanzienlijk hoger. Bij de restauratie is de complete tuigage van de Walta (rondhouten, verstaging (incl. aangrijpingspunten) en zeilen etc.) is conform het originele zeilplan gehouden. Op 15 september 1984 is de Walta in ons bezit gekomen. (Ons zijn Ronald Brunt, Rien Maters, Hans Veraart en Göran Kattenberg) sinds juni 1991 verenigd in de Stichting Walta, de formele eigenaar van de Walta. De Walta, toen genaamd Minerva, lag in Workum achter de kerk. Wij voeren daar vaak langs, op weg naar Waddenzee en IJsselmeer, veelal met gehuurde platbodems(skutsjes en tjalken). Vanaf het eerste moment dat we het schip zagen liggen was duidelijk dat dit een schitterend schip moest zijn (geweest). Na enige jaren merkten we op dat de aandacht voor dit schip minder werd en dat de staat van onderhoud achteruit ging. Bij een passage door Workum hebben we bij het dichtstbijzijnde huis aangebeld en via via kwamen we in contact met de eigenaar. S’avonds in een café in Workum werd de koop en eigendom van de Walta een feit. Wij waren op dat moment uiteraard hartstikke trots en blij. Je weet echter als enthousiaste en enigszins voor de realiteit blinde en naïeve eigenaar totaal niet wat je de komende jaren te wachten staat. En dat de Walta pas in 1998 (14 jaar later) te water zou gaan lag op dat moment niet in onze planning. Een jaar flink er aan werken dan moet het toch wel lukken en dit afgezien van de interne discussie om de klus in deelrestauraties uit te voeren of een totale restauratie in een keer. Een weekend na de aanschaf werd de Walta van Workum naar Scheepswerf Balk in Elburg gevaren met een overnachting in Urk. Navigerend op een autokaart en dicht onder kust blijvend zijn we naar Urk gevaren. Tijdens de overtocht moest er met toenemende, frequente regelmaat gepompt worden om het water onder kuipniveau te houden. Na de overnachting stond het water tot onderkant kooien. Uiteindelijk zondagmiddag in Elburg aangekomen. Eén ding was helemaal duidelijk: dit schip zeilt als een raket en heeft excellente zeileigenschappen! Later tijdens de restauratie werkten deze herinneringen bijzonder motiverend. In Elburg werd door Scheepswerf Balk de Walta uit het water gehesen. Een nuchtere vraag van de kraanmachinist was: waar moet ik hem pakken? In de tussentijd bij de bouwwerf Abeking en Rasmussen beschikbare tekeningen opgevraagd. Binnen een week ontvingen wij de bij bouwnummer 1373 behorende tekeningen, te weten: algemeen plan, lijnenplan, tuigplannen nog enige detailtekeningen. Niets stond meer in de weg om met de restauratie te beginnen. Over de jarenlange resaturatie van de Walte is een zeer uitvoerig verslag te lezen op de site van de Stichting Walta: https://u13.nl. Nu 10 seizoenen later kunnen we vaststellen dat de hierboven beschreven restauratie succesvol is geweest. · Het zeilgenot overtreft alle verwachtingen. · De beperkingen zijn ook duidelijk. · Het kost enkele seizoenen om met het schip goed te leren varen en met de beperkingen om te gaan. · Het om toerbeurt met het schip varen heeft tot op heden nooit een conflict opgeleverd. · Het onderhoud is minimaal en steeds een genot om dit niet alleen te hoeven uit te voeren. In plaats van obsessie is het een uitje! · De interesse voor dit soort schepen neemt toe. Deze website is hier dan ook een gevolg van om geïnteresseerden te informeren over onze ervaringen met het varen en de frustraties gedurende de restauratieve fase. · Door de diepe kuip blijkt het schip een stuk kindvriendelijker dan verwacht. · Het behoud van het schip is mede te danken aan een dektent die het gehele schip afdekt. Het schip blijft droog en is tevens beschermd tegen het zonlicht. Het reduceert het onderhoud enerzijds, anderzijds is het wel een klus om voor en na het zeilen het schip af te dekken |
| Rating | 0.00 |
| Snit voordriehoek | recht |
| Voordriehoek materiaal | dacron |
| Grootzeil snit | recht |
| Grootzeil materiaal | dacron |




